» Mijn Boeken
Foto
Reeds 3 boeken verschenen


Nu VERKRIJGBAAR ALS pdf FILE GESCHIKT VOOR e-READERS.

Ga naar WOORDSTROOM.NL ook als je je zelf geschreven e-boek wilt uitgeven.


Of ga naar www.shopmybooks.com en vul in het zoekvenster rolfvenema in voor een gedrukt exemplaar
-------------------------------------------------------
Sinds enige jaren heb ik me op het schrijven geworpen, met als resultaat het verschijnen van drie boeken die elkaar opvolgen in tijd en voor een deel gaan over dezelfde personen. Maar het is niet echt een trilogie. Je kunt de boeken dus heel goed los van elkaar lezen.


De boeken zijn  te verkrijgen bij www.woordstroom.nl

In het zoekvenster mijn voor en achternaam invullen en je komt op mijn boekenpagina.

 

Het eerst boek heet:

Puppy Love



Hoe jonge mensen hun liefde vonden

Over lief en leed

Over verboden liefde en verguisde liefde

Over aanvaarding en afstoting

Over opvattingen en ervaringen

Over hemelse momenten en helse angsten

Over conventies en onconventionele ervaringen

Hoe een onmogelijke daad een lawine geluk genereert

Een roman over puberliefde en naturisme



Er was opeens die jongen van zestien met zijn, twee jaar eerder gescheiden moeder. Ze leefden volslagen langs elkaar heen, totdat ze elkaar opeens ‘tegenkwamen’. Ze besluiten op vakantie te gaan om elkaar beter te leren kennen.
Het boek vertelt verder hoe ze vrienden ontmoeten. Daarbij spelen voor Alex, de hoofdpersoon de typische pubervragen zoals hoe ze om moeten gaan met vragen over liefde en sex, maar juist in verband met het naturisme, want ze bevinden zich op een naturistenpark.


 

 

Het tweede boek heet

 

Het Leliemysterie


Bea de Groot komt in de universiteitsbibliotheek een boekje tegen over Sint Antonius van Padua, waarin losse woordjes geschreven staan. Dit is het begin van een zoektocht naar het Mysterie van de Lelies. Ze boekt een reisje naar Padua en treft Léon als kamergenoot.

Met hem gaat ze op zoek naar de oplossing.

Gaandeweg vinden ze beide een vriend; worden ze verdacht van een overval op het archief van de Basiliek di Sant’ Antonio.

Moeten ze plotseling hun hotelkamer verlaten omdat er een moord gepleegd wordt op iemand die ze kennen.

Het mysterie breidt zich uit doordat ze de hand weten te leggen op oude documenten uit de veertiende en achttiende eeuw.

Na terugkeer in Nederland logeren ze een week bij vrienden van Bea.

Ze ondernemen een zoektocht in een bos bij een historische plek in België, waar een gewelddadige ontknoping plaatsvindt.

Maar lost dat ook het mysterie op?

Alle historische gegevens zijn authentiek. Alle plaatsen waar ze verzeild raken bestaan echt alsook de historische context waarin ze geplaatst zijn. Alle personen zijn echter fictief. Elke gelijkenis met een bestaande persoon berust puur op toeval.



Het derde boek heet

 

De Disk van Phaistos
 

Vier studenten archeologie gaan voor hun eerste opgraving naar Kreta, naar de site waar ooit de beroemde Disk van Phaistos werd gevonden.

  Als ze de Disk in levende lijve in het museum van Heraklion gaan bekijken blijkt er iets mee aan de hand te zijn.

  Ze willen het naadje van de kous weten en dat brengt hen kris kras over het eiland. De Disk lijkt vanaf dat moment de loop der dingen te bepalen. Is de Disk op zoek naar een medium?

  Vanaf het begin sluit zich een Griekse jongeman zich bij hen aan en er ontstaat een hechte vriendschap. Dat komt erg goed van pas wanneer de studenten in een omgeving terecht komen waarin alleen Grieks gesproken wordt. Een omgeving die hen niet vriendelijk gezind is.

  Ondertussen proberen ze de code van de Disk te kraken waarbij ze voortborduren op de gedachte dat de Disk een bezwering zou bevatten. Als blijkt dat sommigen die zich met de vertaling bezighouden ernstig ziek worden, slaat de paniek toe. Alles wijst erop dat alleen de Disk zelf  de oplossing kan bieden. Maar de oplossing blijkt niet zonder gevaren te zijn. Een magisch realistische roman. 



Ondertussen werk ik aan een vierde boek, dat als werktitel “Tiri’s Heldenreis” heeft.

 

Zo begint het:

 

Hij rende wat hij kon.
Het hart klopte in zijn keel.
Het ademen deed hem pijn.
Hij voelde steken in zijn zij opkomen.
Hij sloeg een hoek om en even later weer een.
Hier was hij nog nooit geweest.
Hij hoopte dat ze hem niet te pakken zouden krijgen.
Hij sloeg weer een hoek om. Een smal straatje, met aan weerszijden oude huisjes met klimplanten aan de gevels.
De schrik sloeg hem om het hart: ‘het loopt dood!’, dacht hij bij zichzelf. Een blinde paniek maakte zich van hem meester. Nu zouden ze hem zeker te pakken krijgen.
Hij keek angstig achterom, terwijl hij langs de laatste gevel voor de muur schuifelde, die het straatje afsloot. Hij stond even stil: hij hoorde al voetstappen dichterbij komen. Hij schoof verder door en drukte zich tegen de muur. Hij deed zijn ogen dicht. Nu zou het snel voorbij zijn.
Toen week de muur waar hij zich tegen aan had gedrukt achteruit. Net toen hij zich realiseerde dat de muur weg was, verloor hij zijn evenwicht en viel in een groot diep donker gat. Hij zwaaide wild met zijn armen en benen. Hij probeerde te gillen, maar er kwam geen geluid.
Het werd zwart voor zijn ogen.
(wordt vervolgd: het verhaal groeit nog)



Sessie 6 (compleet verhaal)

‘Kom op, daar kunnen we schuilen!’
Arnoud racete met zijn fiets naar een paar gebouwtjes. Hoewel de lucht er al een poosje dreigend had uitgezien hadden ze toch niet zo’n enorme plensbui verwacht: recht naar beneden, met zo’n grote kracht dat het gewoon pijn deed.
Ze gooiden hun fiets tegen de muur naast de deur van het eerste gebouwtje. Heino probeerde de deur. Hij ging krakend van ouderdom open en de beide vrienden sprongen naar binnen.
Toen de deur achter hen dichtviel, werd het aardedonker om hen heen. Haast geen sprankje licht, ook niet toen hun ogen aan de duisternis gewend waren.
‘ ’t Is hier wel erg donker hè, waar ben je?’ zei Arnoud. Hij zocht met zijn hand naar zijn vriend, die vlak naast hem stond.
Juist toen Heino dat wilde bevestigen, verscheen er tegenover hen een klein lichtstreepje, dat gaandeweg steeds breder en langer werd. Alsof er twee grote deuren werden geopend.
In tegenstelling met de duisternis van daarnet was dit licht zo fel, dat ze met hun ogen knipperden en niets konden onderscheiden. Heino schuifelde naar zijn vriend terwijl hij in zijn hand kneep. Met angstige ogen keek hij in het licht.
Er verscheen het silhouet van een klein persoon. Het leek wel een kind. Heino durfde wat op te ademen: het was maar een kind. Maar toen de figuur dichterbij gekomen was, zagen ze dat hij een baard droeg, die de helft van zijn borst bedekte. Trouwens zijn hele lijf was bedekt met haar. Hij droeg geen kleren. Hij leek heel oud, want hij had veel rimpels in zijn gezicht.
‘Een dwerg!, fluisterde Heino.
‘Jullie zijn net op tijd,’ sprak hij in hun eigen taal. ‘We zitten al een hele tijd op je te wachten. Bijna was het te laat geweest. Kom nou, we mogen geen tijd verliezen.’
Hij draaide zich om. En liep het felle licht tegemoet. De beide vrienden volgden aarzelend, nadat de man nog eens had aangedrongen.

‘Waarom vlucht je niet? Je kunt toch sneller lopen dan die dwerg?’ hoorde Heino in zijn hoofd.

Toen Heino achterom keek, was het gebouwtje waar ze schuilden verdwenen.
Het licht temperde; in ieder geval konden ze steeds meer dingen om zich heen zien. Ze waren in een dorpje terecht gekomen, want er stonden links en rechts huisjes, allemaal geschikt voor kleine mensen, zoals hun gids ook klein was. Er gingen deuren open en gordijnen werden opzij geschoven.
Ze werden naar een plein gebracht waarop een verhoging was gebouwd. Daarop zat een oude vrouw, met een wonderlijk hoofddeksel. Het enige wat ze verder nog droeg was een aantal kettingen om haar hals en een grote ring aan de vinger.
‘Ze hebben geen van allen kleren aan,’ fluisterde Heino tegen Arnoud.
‘Het is hier ook warm genoeg,’ antwoordde hij droog.
Toen ze voor de verhoging aangekomen waren, stond de oude vrouw op. Het werd doodstil om hen heen.
‘Konden jullie niet eerder komen? We roepen jullie al zo lang. Het is bijna te laat. Ik zal er verder geen woorden aan vuil maken. Diego zal jullie naar je onderkomen brengen en ik ga ervan uit dat je direct aan het werk gaat.’
Zonder antwoord van de beide jongens af te wachten draaide ze zich om en verliet de verhoging. Het volk dat stilletjes was samengestroomd, maakt nu een opening waardoor een pad ontstond. Diego ging hen voor en zij volgden, niet wetend wat ze anders zouden moeten.
Heino keek ondertussen naar de mensen die om hen heen stonden. Het drong opeens tot hem door: ‘Er zijn alleen vrouwen! Geen kinderen en geen mannen!’, fluisterde hij naar Arnoud. Diego was tot nu toe de enige man, die ze hier in dit vreemde land hadden gezien. Waar waren ze beland? Hóe waren ze hier beland? Maar belangrijker was: wat werd er van hen verwacht?’
Toen ze bij het huis aankwamen, opende Diego de deur en beduidde hen naar binnen te gaan. Maar Heino ging pal voor hem staan en stelde hem de ene vraag na de andere: wie ze waren; wat zij hier eigenlijk moesten; waarom ze gevangen waren genomen; wie er de baas was; dat ze zich wilden beklagen; dat ze onmiddellijk weer teruggebracht zouden worden naar de plek waar hij ze vandaan had gehaald…
Na elke vraag schudde Diego met zijn hoofd. Toen Heino even naar adem hapte, zei Diego: ‘Jullie doen alsof je van niets weet. Alsof we jullie niet jarenlang voorbereid hebben voor jullie opdracht. Alsof wij niet jarenlang voor jullie gezorgd hebben; jullie in de watten gelegd hebben; jullie geholpen hebben met je schoolwerk. Je wist dat deze dag eraan stond te komen. Je wist dat ik jullie zou komen ophalen. Dus ga in het huis en doe wat er van je verwacht wordt. Over een poosje komt de eerste.’
‘Hoezo komt over een poosje de eerste? Wat voor eerste? En trouwens ik heb nooit iets gemerkt. Niemand heeft ons voorbereid, nergens op. Ik weet van niks en Arnoud ook niet. Kom, zeg op man. Ik denk echt dat je ons voor een ander aanziet.’

‘Heb je echt niks eerder gemerkt?’ klonk de stem in zijn hoofd.

Diego deed alsof hij de laatste opmerkingen niet had gehoord en antwoordde alleen op de eerste vraag: ‘Straks komt de eerste vrouw. Zij zal je wel uitleggen wat je moet doen en hoe je het moet doen,’ grinnikte hij en duwde hen naar binnen en sloot de deur.
Ze waren opgesloten in een voor hen totaal onbekend huis in een totaal onbekend dorp.
‘Daar zitten we nu,’ begon Arnoud terwijl hij de ogen van zijn vriend zocht. Hij zag angst in die ogen. Angst en ontzetting.
‘Wat gaan ze met ons doen, Arnoud. Ik ben bang. We zijn opgesloten. Waren we maar nooit dat gebouwtje binnen gegaan om te schuilen.’
Arnoud pakte Heino’s handen, keek hem aan en legde toen een arm om zijn schouder, waardoor hij hem tegen zich aantrok. ‘Stil maar, Heino,’ hij zoende hem op z’n wang, ‘ik weet ook niet wat er gebeurt, maar zo’n vaart zal het niet lopen. Als straks die eerste vrouw komt, dan stellen we haar net zolang vragen totdat alles helder is.’
‘Ja en één van die vragen is, hoe we hier vandaan komen. Snap jij trouwens wat ze van ons willen?’
‘Als het is wat ik denk, dan is het te gek voor woorden! Dit is allemaal een misverstand. Ze moeten ons helemaal niet hebben. Je hoorde toch wel wat Diego zei over jarenlange voorbereiding enzo. Nou dat hebben wij niet gehad. Straks zal alles wel duidelijk worden. Kalmeer wat.’
‘Maar wat denk jij dan dat er van ons verwacht wordt?’
‘Nou het is natuurlijk een gek idee, maar ik dacht even dat, nou ja, omdat er geen kinderen zijn en we maar één man gezien hebben, …… nee, dat kan het niet zijn. we wachten maar af.’

‘Was het echt zo’n raar idee van Arnoud?’ klonk het in Heino’s hoofd.

Heino begon heen en weer te lopen. Hij probeerde bij elk raam om de luiken open te krijgen. Hij voelde wel vier keer aan de deur, maar ook die ging niet open.
Ze gingen naast elkaar zitten en keken om zich heen. Het was er erg klein. Ze kwamen met hun hoofd bijna tegen het plafond. Er stonden wat houten banken, waarvan de planken zo uit een boom gezaagd leken. In het midden stond een grote boomstam van bijna een meter doorsnee. Alles was eigenlijk van hout. Ze stonden op en liepen nu door alle vertrekken. De meeste ervan waren leeg. Er zaten dicht bij de grond, kleine raampjes in, waar echter luiken voorzaten. Die lieten het weinige licht door, maar bleken niet open te kunnen. In een vertrek stond een bed; een groot bed niet op de maat van dwergen. Er lagen grote, bruine zakken in. Toen Arnoud eraan trok, klonk het naar strozakken. Verder lag er niks in het bed.
‘Nou als we hier zouden moeten slapen, dan wordt dat niks. Hoelang denk je trouwens dat we hier moeten blijven, Heino?’
De schrik sloeg door deze vraag Heino opnieuw om het hart: ‘Je denkt toch niet dat we hier moeten blijven? Ik wil hier helemaal niet blijven. Arnoud, ik wil naar huis.’ Bange ogen keken Arnoud opnieuw aan. Heino was altijd snel ergens bang voor, maar nu had hij er zeker reden toe. Ook Arnoud voelde zich niet op zijn gemak.

‘Waar ben je bang voor Heino? Ben je bang voor wat je te wachten staat, als de vrouw binnenkomt? Of ben je bang voor vrouwen?’ klonk het opnieuw in zijn hoofd.
De wijzers verschoven langzaam op het horloge van Heino. En met het verstrijken van de tijd steeg de spanning. Op den duur begon hij te ijsberen.
‘Ga toch zitten. Ik word dood nerveus van jou,’ riep Arnoud hem te lange leste tot de orde. ‘Kom hier naast me zitten. Het zal misschien allemaal best meevallen. Ik bedoel, wat kan zo’n vrouwtje nou doen?’
Toen ze beide erg zenuwachtig geworden waren, ging opeens de deur open. Er stapte een vrouw naar binnen. Ze leek als twee druppels water op al die andere vrouwen die ze tot nu toe hadden gezien. Klein, ze kwam ongeveer tot de borst van de jongens. Mollig en veel minder haar op haar lijf dan Diego en de vrouw die hen toegesproken hadden. Ze ging op een bank tegenover hen zitten, legde haar handen in haar schoot en keek hen aan.
De jongens keken terug. Niemand zei wat, totdat Arnoud uiteindelijk het zwijgen verbrak door haar te vragen hoe ze heette.
‘Ik heet Lena, en ik mag de eerste zijn. Iedereen weet dat dan de kans het grootst is.’ Ze keek hen opgewekt en blij aan.
Het idee over hun opdracht dat ze eerder hadden verworpen kwam opnieuw in het hoofd van Heino op, maar hij verwierp het direct weer als absurd.

‘Is het werkelijk zo absurd, Heino?’ klonk het in zijn hoofd.

‘Lena, ik moet je eerlijk zeggen dat we er niet veel van begrijpen. Kun jij ons uitleggen waarom we hier zijn en wat er van ons verwacht wordt?’, zei Arnoud.
Het gezicht van Lena betrok. Er was nu verwarring in haar ogen te lezen. ‘Jullie weten niet waarom jullie hier zijn? Maar ze zeggen altijd dat jullie opgeleid zijn voor de taak. Hoe kan het dan dat je niet weet wat er gedaan moet worden?’ antwoordde ze er aarzelend achteraan, alsof ze begreep dat het anders was dan ze zich had voorgesteld.
‘We zijn helemaal nergens voor opgeleid; we weten nergens van,’ riep Heino haar boos toe, die al die geheimzinnigheid nu zat was. ‘Vertel op wat moeten we doen?’
De tranen sprongen Lena in de ogen. Haar fijne droom, die ze al maanden had gekoesterd viel in een klap in duigen. Ze zou helemaal niet het hoogtepunt uit haar leven ervaren, zoals haar wel altijd was voorgehouden. Langzaam biggelden de eerste tranen over haar wangen.
Heino kreeg meteen spijt van zijn boze uitval en probeerde haar te sussen: ‘Nou stil maar, hè? Wij kunnen er toch ook niks aan doen? Vertel nou maar waarom we hier zijn.’
Lena barstte in snikken uit. Na een poosje vertelde ze: ‘Eindelijk zouden wij verlost worden. Jullie zouden ons redden. Maar jullie weten van niks.’ Ze huilde nu hardop, met lange gierende uithalen, die tot ver in het dorp te horen moesten zijn.
Arnoud kreeg medelijden met haar. Hij liep op haar toe, ging op zijn hurken voor haar zitten, pakte haar handen en zei: ‘Stil nou maar. We doen je geen kwaad, maar we begrijpen het niet. Kom, leg eens uit wat er verwacht wordt, misschien kunnen we toch wel helpen.’
Na een poosje bedaarde Lena genoeg om weer wat te kunnen zeggen. ‘De Oude Wijze Vrouw had ons uitgelegd dat er twee mannen zouden worden opgeleid om ons volk te redden van de dood. Zij zouden ons weer kinderen schenken.’
‘Wat,’ schreeuwde Heino, die nu pas begreep dat het waar was wat ze al een tijd hadden gevreesd. ‘Jullie denken dat wij hier voor kinderen gaan zorgen? Dat kan niet waar zijn. Zeg dat het niet waar is. Arnoud, dat kan toch niet?’ Lea begon te gillen van angst en ontzetting.
Opeens klonken er stemmen buiten en werd de deur open gesmeten. Diego en een paar potige vrouwen stormden op Heino en Arnoud af. Ze grepen hen en scheurden hen de kleren van het lijf. Daar boven uit klonk de stem van Diego, die hen toeriep, dat ze er niet onderuit konden, dat ze wel moesten. Heino en Arnoud verzetten zich hevig, maar er kwamen steeds meer vrouwen die aan hen begonnen te trekken. De jongens vielen op de grond. Diego stond er naast af te tellen als bij een knock-out: ‘Vijf, vier…….’
Heino sloeg een kreet van wanhoop. Het was op slag doodstil.
‘….drie, twee, een. Je bent weer terug,’ zei de psychiater met zijn kalme stem.


 
[ terug... ]Omhoog

Eigen domeinnaam




Maak vrienden

Richard Dawkins

ASN Bank

Out Campagne

Centre for Naturalism

Atheist Aliance Internat

  • Ook internationaal tellen we mee!

Freethinker

  • Ga naar freethinker.nl. “I do not know how to teach philosophy without becoming a disturber of established religion.” Baruch Spinoza

Stichting Skepsis

Kennislink

Schrijven Online

  • Schrijven Online biedt nieuws en achtergronden, informatie en inspiratie voor iedereen die plezier heeft in creatief schrijven. Ga naar Schrijven Online.org

Edith Louw

De Holandse Molen

Ned. Federatie Naturisme

Oude Groninger Kerken

Makkelijke Moestuin

COC

  • Ga naar COC.nl

    Het COC stelt zich ten doel: 1. het bevorderen van maatschappelijke hervormingen om daardoor tot integratie van homoseksualiteit te komen; 2. het bevorderen van persoonlijke emancipatie door het stimuleren van de bewustwording omtrent de eigen en maatschappelijke situatie (en de relatie daartussen) ten aanzien van lesbische- homo- en biseksualiteit, transgender en man/vrouwrollen.

Website statistieken Copyright 2002-2017